|
|
Ergens in Nederland 1939-1945 |
|
Excursies en lezingen
23 augustus 2009 Militariaweekend in het Smalspoormuseum te Erica.



10 november 2008 Lezing J.H Jansen over Operatie Amherst
Op maandagavond 10 november is door de heer J.H. Jansen een lezing gehouden in de bibliotheek van Erica over de operatie Amherst.
De heer Jansen heeft het Boek over operatie Amherst vanuit het Frans naar het Nederlands vertaald. Het boek is oorspronkelijk geschreven door Roger Flamand een Franse parachutist die zelf deelnam aan operatie Amherst.
dhr J.H. Jansen
In de nacht van 7 op 8 april 1945 werden in het gebied tussen Appelscha, Assen, Spier en Borger 702 Franse parachutisten gedropt in groepjes van circa 15 man.
Ze hadden tot doel onrust te zaaien en verwarring te stichten voor de Duitse soldaten die zich nog in dit gebied bevonden. Verder moesten ze vliegvelden in en rond het gebied veroveren evenals diverse bruggen. Deze bruggen waren van levensbelang voor de oprukkende Canadese en Poolse eenheden.Tijdens de landingen en de daaropvolgende gevechten sneuvelden 33 van deze parachutisten. Deze mannen vielen voor de bevrijding van onze provincie.
Het volgen van de lezing van dhr Jansen is een belevenis en een aanbeveling zeker waard!!
26 september 2008 excursie Teerose
Delen Research Group (DRG) excursie Teerose
Zaterdag 26 september 2008 (met schitterend weer) zijn diverse locaties bezocht waar in de oorlog Duitse radiopeilstations stonden. Deze excursie was georganiseerd door Deelen Research Group.




De excursie geleidt door W.F. Kleijn bracht mij en de circa 20 medebezoekers naar de diverse locaties waar restanten waren van deze peilstations. Voorafgaand aan de bezoeken is in het Museum Delen een uitgebreide lezing gehouden over de peilstations. Daarin was er aandacht voor de techniek maar ook de organisatie, bevelvoering en dagelijkse gang van zaken. Erg intressant en de moeite waard! Ga ook eens mee!
Voor meer informatie: www.fliegerhorstdeelen.nl
Aanmelden voor excursies: excursies@fliegerhorstdeelen.nl
5 april 2008 Themadag Westerbork (Documentatiegroep ’40-’45)
Door Peter Krans was voor de Documentatiegroep ’40-’45, themadag “Westerbork” georganiseerd.
Na iets te hebben genuttigd startte om 10:30 dhr. Ernst Verduin zijn verhaal als overlevende van de Holocaust.

In het kort zijn ervaringen:
In januari 1943 werden hij en zijn familie opgepakt en via de Hollandsche Schouwburg afgevoerd naar Vught. In Vught werd hij ernstig ziek. Men ging er vanuit dat hij het niet zou overleven. Vervolgens knapte hij weer op om in september 1943 via Kamp Westerbork naar Auschwitz te worden getransporteerd. In Vught had hij begrepen dat in Auschwitz mensen werden gedood door vergassing. Bij de selectie in Auschwitz (gaskamer of werkcommando) heeft Ernst zijn rij (voor de gaskamers) verlaten en is in de rij van het werkcommando gaan staan. Dat kwam hem vreemd genoeg alleen op een scheldkanonnade te staan. Hij kwam terecht in het werkkamp Monowitz (Auschwitz 3) en komt via enkele kampen uiteindelijk in Buchenwald terecht waar hij op 1 april 1945 wordt bevrijd door de Amerikanen. Ernst overleeft samen met zijn moeder de oorlog. Zijn zusje en zijn vader niet. Ernst heeft van zijn zus op het perron in Auschwitz afscheid genomen.
Tijdens de lunch die volgde werd door Erik Guns van het Herinneringscentrum een film vertoond en werd één en ander over het kampterrein en herinneringscentrum verteld.
Het kamp Westerbork was opgericht voor de uit Duitsland vluchtende Joden in de jaren 1938-1939. Het werd in de loop van de tijd een Joden Durchgangslager. 107.000 joden, zigeuners en verzetsmensen werden via Westerbork afgevoerd naar de kampen in het oosten. Slechts 5.000 kwamen terug. Vanaf oktober 1942 tot april 1945 was Albert Konrad Gemmeker commandant van het kamp.
Per fiets werd naar het kamp gereden. Begeleid door dhr. Looman, vrijwilliger van het herinneringskamp Westerbork. Daar werd stil gestaan bij een aantal onderdelen van het kamppark. (In het kort: )
- De commandantwoning.
Deze is nog origineel aanwezig, staat leeg maar wordt waarschijnlijk onderdeel van het herinneringscentrum.

- De ligging van het spoor.
Naast het globale kampterrein werd de ligging van het spoorlijntje aangegeven. Deze is later aangelegd. Dus de eerste bewoners hebben de circa
- Inschrijvingsgebouw.
Het inschrijvingsgebouw (in T-vorm) werden alle nieuw aangekomene geregistreerd. Het geld werd omgewisseld voor kampgeld en de sierraden moesten er worden afgegeven. Daar zag men niets van terug.
- Woonbarakken.
Deze woonbarakken hadden een oppervlakte van 80 bij
- Strafkamp.
Gestraften kwamen in het strafkamp terecht. Een met prikkeldraad afgezet terrein binnen het kampterrein. Ook de familie Frank zat in dit strafkamp omdat zij ondergedoken hadden gezeten. Het beleid was zo dat bij een transport naar het oosten de mensen in het strafkamp zeker meegingen.
- Het schooltje:
Het schooltje was relatief klein en eigenlijk alleen voor die kinderen waarvan de ouders werk hadden binnen het kamp en daardoor niet direct werden afgevoerd naar het Oosten.

- Het monument met aardappelkelder:
Het monument bestaat uit 97 spoorbielzen. Dit aantal spoorbielzen symboliseert het aantal transporten die er zouden zijn geweest. Later onderzoek heeft uitgewezen dat er vele transporten meer waren geweest. In de aardappelkelder werden de voorraden bewaard. Ook nog een origineel onderdeel. Deze kan niet bezocht worden omdat er vleermuizen in de bunker zitten.

- De appelplaats:
Op de toenmalige appelplaats staan nu 102.000 steentjes. Het aantal mensen dat via Westerbork naar het oosten is vervoerd en daar is omgekomen. Op de steentjes staan 2 symbolen, de jodenster, voor de joods omgekomenen en een vlam voor de omgekomen zigeuners. Ook zijn er een aantal zonder symbool, deze stellen de verzetsmensen voor. De verschillen in hoogte symboliseert de verschillen in leeftijden van de vermoorde mensen. Verder staan de steentjes op de plattegrond van Nederland. Dit symboliseert het feit dat de afgevoerden overal uit Nederland vandaan kwamen.

Na het bezoek aan het kampterrein is er nog even een bezoek gebracht aan een klein monument net buiten het kamp terrein. Op dit monument staan de namen van 10 Verzetstrijders. Ik heb de betekenis van dit monument achterhaald en hierbij opgetekend.

Op 20 september 1943 fusilleerde de Duitse bezetter tien verzetstrijders op het Witterveld bij Assen. Zij werden daarna in het crematorium van kamp Westerbork gecremeerd. De stoffelijke resten werden twintig meter achter het gebouw begraven. Deze werden begin 1949 teruggevonden. Om deze verzetsstrijders te gedenken, nam de Stichting 40-45 het initiatief om een grafteken op te richten. Op verzoek van de nabestaanden werd voor een plek achter het crematorium gekozen. Het werd een eenvoudig gedenkteken, met daarop de namen van de tien mannen die in het graf rusten. (Bron: Wikipedia)
Na het bezoek aan het monument zijn we per fiets teruggereden naar het herinneringscentrum en konden daar de tentoonstellingen worden bekeken.

Daarna eindigde de leerzame en indrukwekkende dag.
Peter en de rest van de organisatoren van Documentatiegroep ’40-’45 en natuurlijk de medewerkers van het Herinneringscentrum Westerbork bedankt voor deze dag.
8 september 2007 Omgeving van Arnhem
Zaterdag 8 september 2007 zijn voormalig Fliegerhorst Deelen (Luchtmachtbasis van de Luftwaffe in de Tweede Wereldoorlog) en Nachtjagercommandobunker Diogenes bezocht. Deze excursie was georganiseerd door Deelen Research Group.
De excursie geleidt door W.F. Kleijn bracht mij en de medebezoekers naar een geweldig bunkercomplex aan de Koningsweg te Schaarsbergen (de grootste nog bestaande Duitse bunker in Nederland). Vanuit dit indrukwekkende gebouw, waar nu diverse archieven worden bewaard, werden in de oorlog de nachtjagers naar hun doelen gestuurd.
Op 17 september 1944 is de bunker verlaten en door springstoffen is die dag het oorspronkelijke interieur vernietigd.

Het middagprogramma bestond uit het bezoeken van verschillende gebouwen in de omgeving die te maken hadden met Fliegerhorst Deelen. Zo werd Klein Heidekamp bezocht. Op Klein Heidekamp waren de Duitse vliegers gehuisvest. De gebouwen zijn in de oorlog gebouwd en hebben allemaal specifieke dikke stalen luiken. Deze luiken zouden bescherming moeten bieden tegen eventuele aanvallen.

Klein Heidekamp
Rond vliegveld Deelen staan allemaal normaal ogende schuren in het veld. Deze normaal lijkende schuren zijn echter helemaal van beton. Bunkers waarin vliegtuigen werden gerepareerd en gestald daarnaast een bunker waar de trein van het vliegveld werd onderhouden. Heel apart………


Ga ook eens mee!
Voor meer informatie: www.fliegerhorstdeelen.nl
Aanmelden voor excursies: excursies@fliegerhorstdeelen.nl
28 maart 2007 - Soesterberg - Bezoek aan Gravendienst / BIDKL gebracht -
"Vermist is erger dan dood" is de lijfspreuk van de Gravendienst / Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) te Soesterberg. Door sergeant der eerste klasse instructeur Patric van Aalderen van deze dienst, is op een zeer duidelijke wijze het werk van de gravendienst belicht. Aan de hand van een powerpoint presentatie en filmbeelden m.b.t. de gevechten rond de Kapelsche Veer, ter hoogte van Waalwijk, is een beeld geschetst van het nut en noodzaak van de Gravendienst / BIDKL.
Er is ingegaan op de wijze waarop gevonden stoffelijke resten na meer dan 60 jaar geïdentificeerd kunnen worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse manieren om iemand te identificeren. Aan de hand van het skelet (osteologie) kan men veelal de lengte, leeftijd, ziekteverschijnselen, en andere afwijkingen vaststellen. Het gebit (ordontologie) kan na onderzoek doorslaggevend zijn bij identificatie van een vermiste militair. Wanneer er aan zekerheid grenzend bewijs is dat het een bepaalde persoon betreft, dan kan zelfs DNA worden toegepast! Ook oude gegevens van personen zoals een gebitstatus, staat van dienst, gevechtsverslagen, uitrustingsstukken, persoonlijke bezittingen, en de locatie waar de resten gevonden zijn zeer belangrijk, en natuurlijk niet te vergeten, het herkenningsplaatje. Dit betekent dat bergingen van stoffelijke resten zeer zorgvuldig dienen plaats te vinden. De berging van stoffelijke resten in combinatie met militaire uitrusting is overigens alleen voorbehouden aan de Gravendienst / BIDKL. In het geval van het aantreffen stoffelijke resten dient daarom altijd de politie (of de Gravendienst /BIDKL) te worden ingelicht!

Een gruwelijke foto....na 60 jaar teruggevonden om
te worden geïdentificeerd bij Schuytgraaf te Arnhem
(foto: www.blikopdewereld.nl/gravendienst)
In het leslokaal van de gravendienst zijn vitrines ingericht met niet aan één persoon gebonden voorwerpen die in de loop van de tijd bij stoffelijke resten van soldaten zijn aangetroffen. Persoonsgebonden voorwerpen worden aan de familie van de soldaten teruggegeven.

de Duitse vitrine met o.a. een Luger

de Britse vitrine met o.a. een Sten Mk IV
In de werkruimte van de gravendienst worden na het reinigen en drogen van de stoffelijke resten, per soldaat alle beenderen op hun plaats gelegd zodat op archeologische wijze kan worden aangevangen met het skeletonderzoek. Aan de hand van diverse kenmerken aan het skelet kan men de lengte, leeftijd enzovoort vaststellen. Verder worden alle voorwerpen die in het veld bij het lichaam zijn aangetroffen bij het lichaam gehouden en grondig bestudeerd. Met als resultaat het vaststellen van de identiteit van de soldaat. Van alle gegevens wordt een rapport opgemaakt en de autoriteiten van het betreffende land wordt op de hoogte gebracht... Tenslotte wordt het lichaam herbegraven op een oorlogsbegraafplaats. De persoonlijke bezittingen worden aan de familie overgedragen.

de werkruimte met de tafels met stoffelijke resten..........
(uit respect voor deze geïdentificeerde doden
is er geen foto van gemaakt)
Met dank aan de Geneeskundige groep van Schoolbataljon Noord van de Koninklijke Landmacht en in het bijzonder aan Guus!! Verder natuurlijk dank aan Sgt1 Patric van Aalderen. Heel veel succes met dit zeer belangrijke werk!!
Find your way in English on this site Findet Ihren Weg in die Deutsche Sprache auf dieser Site
naar boven
